Theorie- en praktijkvakken

In de eerste twee leerjaren krijgen de leerlingen vooral AVO vakken. Dat zijn vakken als rekenen, lezen, wereldoriëntatie en omgangskunde. Zij krijgen ook praktijkvakken. Dat zijn “doe-vakken”, bijvoorbeeld zelfredzaamheid in de keuken, facilitaire dienst , kapper, nagelstudio en techniek. Het is de bedoeling dat de leerlingen met verschillende richtingen in aanraking komen.

In de middenbouw staan meer praktijkvakken dan AVO vakken in het rooster.

De AVO vakken ondersteunen de praktijkvakken. Bij rekenen staan bijvoorbeeld meten en met geld omgaan op het programma en bij Nederlands, gebruiksaanwijzingen en recepten lezen, formulieren invullen en solliciteren.

De praktijkvakken worden gegeven in de technische richting, zoals mechanische techniek / lassen, ICT, gereedschapsleer, hout – en bouw-techniek, en in de richting Verzorging, met onder andere koken en verzorging.